maandag 15 maart 2010

This blog has moved


This blog is now located at http://catrienroertzich.blogspot.com/.
You will be automatically redirected in 30 seconds, or you may click here.

For feed subscribers, please update your feed subscriptions to
http://catrienroertzich.blogspot.com/feeds/posts/default.

woensdag 17 februari 2010

Even weg

Net terug, ga ik ook weer snel weg.
Nederland kan mij in dit weer nou eenmaal niet bekoren. Nee, ik was ook gegaan als het hier mooi en stralend was geweest.
Zondag vertrek ik tot medio maart naar de Eendracht, om van St. Maarten naar de Azoren te varen. Het ziet ernaar uit dat we maar 11 gasten te verzorgen hebben en 15 bemanningsleden. Daaronder bevinden zich 3 'vegetariërs': wel vis geen vlees types. Wat is dat toch? Zit er geen vlees aan een vissie? Worden ze niet in hun voortbestaan bedreigd, zitten ze niet vol met zware metalen en/of gifstoffen?
Ik ga het vragen.
Bijgevoegde foto is gemaakt toen we in 2008 voor anker lagen bij St Vincent. Rum punch, here I come.

Labels:

maandag 25 januari 2010

Rosa dels vents

Had ik het nou al gehad over de wind hier? Of eigenlijk, de winden, want de windroos van de Roussillon kent er acht. Omdat de verschillende winden op verschillende plekken uit verschillende hoeken waaien, is het lastig om precies vast te stellen welke naam bij welke richting hoort. Iets noordelijker hiervan bijvoorbeeld, komt de belangrijkste wind, de tramontana uit het noorden, hier waait 'ie uit het noordwesten. En dan zijn er ook nog verschillende namen voor verschillende windrichtingen. De vent de dalt heet ook wel narbonès en de xaloc ook wel marinada en 'xaloc' is weer een Catalaanse benaming voor sirocco.
Omdat ik bedacht heb een windroos-gerechtenwijzer te maken, dat wil zeggen om de winden met een gerechtje te combineren, wil ik wel graag precies weten hoe het nou zit. En kijk wat ik gisteren kreeg: een t-shirt met windroos. De gulle gever, Jean-Louis, is hier geboren en getogen en heet ook nog eens Garrigue, wat de benaming is voor de bergbegroeiing hier (zoals op Corsica de maquis).
Ik ben in mijn nopjes en kan het nu niet meer fout doen.
Merci Jean-Louis, merci beaucoup.

Labels:

dinsdag 19 januari 2010

Koppige colliourenzen

Het schijnt een stug, eigengereid en koppig volk te zijn: de Catalanen. En als ze dan ook nog uit Collioure komen... Nee, wij hoeven zelfs na 3 maanden residentie niet te rekenen op herkenning. Een korte knik of een binnensmonds 'bonjour' is zo schaars, dat ik het bijna niet kan geloven als het toch tot me wordt gericht. Omdat het niet makkelijk is contact met de lokale bevolking te maken en ik dus ook geen idee heb hoe deze of gene heet, hebben wij ze zo hun bijnamen gegeven.
'Monsieur Petit Café' is een niet te missen verschijning in het dorp. Elke dag zit hij wel ergens op een terras, loopt hij monter over het plein, of staat hij even met iemand te praten. Boven zijn zwarte schoenen en zwarte pak met zwarte coltrui steekt zijn witte baard en hoofdhaar duidelijk af. Zijn bijnaam dankt hij aan het feit dat hij achter de (cocktail)bar van het Petit Café staat, als die tenminste open is.
'Mevrouw sigaret' zit vaak 's morgens op het bankje bij de stadswal. Natuurlijk met een sigaret in haar handen, vandaar. Zelfs op koude dagen is ze buiten, want er mag hier vrijwel nergens binnen gerookt worden. 'Mevrouw sigaret' is petit, grijs en heeft een mager gezicht, met een volkomen verkreukelde huid, alsof ze er nachten op geslapen heeft.
'Monsieur l'hibou' is onze overbuurman en volgens mij alleenstaand. Hij is al op leeftijd, heeft mooi wit haar en indringende blauwe ogen. Hij loopt altijd over straat met zijn handen op zijn rug en kijkt dan zo onderzoekend, alleen met zijn hoofd draaiend, om zich heen, dat hij net een uil lijkt.
Vandaag heb ik een nieuwe bijnaam toegekend, aan 'meneer zwabber'. Hij groette me vanmorgen heel vriendelijk, dus misschien is hij helemaal niet van hier, maar toch zie ik hem vrijwel elke dag zijn ronde lopen, met zijn op een kleine schapendoes lijkende hond en zijn eigen onverzorgde grijze krullen, die onder een blauwe baret uitsteken. Hij is zeer sociaal, staat of loopt altijd wel in het gezelschap van een buurtbewoner en blijft vaak even bij het bankje langs de stadswal staan om met de hangouderen daar een praatje te maken.
Op woensdag en zondag zit op dat bankje ook 'Monsieur pomme'. De echtgenoot van het appelvrouwtje van de markt. Zowel monsieur als zijn vrouw zien er eigenlijk veel te deftig en verzorgd gekleed uit om marktkooplui te zijn. Omdat meneer zich er ook nauwelijks mee bemoeid, is het misschien wel gewoon haar hobby.
Tot slot is er 'de zwerver' een zeer groezelige, gezette kerel, die elke ochtend bij de bar hier tegenover onderuitgezakt zijn kopje koffie drinkt, voortdurend zijn centen telt en altijd met glazige, ongerichte lodderogen voor zich uit mompelt. Hij ligt overdag vaak zijn roes (nou ja, we hebben 'm nog nooit op een alcoholische versnapering kunnen betrappen) uit te slapen op het randje van het kasteel. Hij snurkt dan flink en dreigt elk moment van de richel te glijden, maar dat heb ik nog niet zien gebeuren.
Zullen ze een wenkbrauw optrekken als we over een paar weken plots zijn afgereisd, of wordt er geen spier vertrokken? Ik denk dat laatste.

Labels:

Vignobles de Banyuls

De wijngaarden liggen er in de winter maar kaal bij, maar stil is het er allerminst. Op elk veld wordt druk gewerkt; er wordt gesnoeid. De uitlopers liggen in stapels te wachten op verbranding en overal kringelen rookpluimen omhoog. Wij vragen ons af of er wordt verbrand uit gemak, uit traditie, om het warm te houden of om een potje te koken. Ik houd het op het eerste, want over het algemeen liggen de wijngaarden op zulke steile hellingen dat het een heel gedoe is om stapels snoeihout af te voeren. In Nederland zou je al lang een vette boete aan je broek hebben hangen, maar hier fikt men er lustig op los.

Labels:

zondag 17 januari 2010

Maar quat is het?

De markt mag hier in januari dan behoorlijk uitgekleed zijn, er is toch nog altijd wat te beleven. Vandaag had de groenteboer limequats.
Limequats zijn, oh verrassing, een kruising tussen kumquats en limoentjes, oorspronkelijk uit China. Deze zijn uit de Roussillon, dus lokaal gekweekt.
Ze zijn iets groter dan kumquats en geler. De schil is niet heel wrang, maar het sap, of sapje, want 't stelt niet veel voor, is wangen inknijpend zuur.
Als we deze week naar 't zuiden rijden, koop ik inmaakalcohol voor de gele rakkers, zo niet, dan zal ik ze maar confijten. Misschien wel lekker bij het eigen ontwikkelde aperó van de wijnbarbaas in Le Racou: 'Foc ambré' van witte wijn, honing, bittere sinaasappelschil en kinine. Zes maanden werk, dus daar mag best een bijzonder hapje bij.

donderdag 14 januari 2010

De dames van hier

Ze zijn hier bijna geboren en getogen: Martine en Olivia. Laat ze het niet horen, want ze spugen een beetje op de Catalanen, die volgens hen helemaal niet werelds en erg eenkennig zijn. Maar wat mij betreft, als je hier al ongeveer 35 jaar woont en werkt, ben je inheems. Dat ze naar mij kijken als het om restaurantadvies of locale specialiteiten en goede inkoop gaat, komt alleen maar door mijn eenzijdige interesse. Ik heb weer geen idee waar de loodgieter of de openbare bibliotheek zijn te vinden.
Het gesprek ging over werk. Beide dames zitten min of meer noodgedwongen op kantoor bij duurzame energie bedrijven, maar eigenlijk, eigenlijk, werken ze 10 x liever voor een regionale wijnboer. Ik vond die duurzame energie wel nobel, dus vroeg waarom. Het bleek dat hun bazen gewoon letterlijk 'windeieren' aan het leggen zijn, maar dat de wijnboer wordt beschouwd als een hartstochtelijk, creatief, eigenzinnig en ambachtelijk type, die je graag helpt, zodat hij zijn eerlijke product aan de man kan brengen, niet alleen in Frankrijk, waar wijnen uit de Languedoc-Roussillon weinig aanzien genieten, maar vooral in Amerika, Japan en andere verre landen. Een hele uitdagende baan dus, maar wat mij zo aansprak, was die hang naar authenticiteit. En wat me opviel was dat ze trots zijn op die mensen die wijn maken en dat ze zich daar graag voor willen inzetten, Catalaans of niet.
Zo zie je maar weer: terroir zit niet alleen in de grond, maar ook in het hart.

Labels: